dinsdag 27 september 2011

Sunset Point, Harrington, Maine
Vandaag rustdag




maandag 26 september 2011


Sunset Point Campground, Harrington, Maine USA, 26 sep. 11

We got him!!! Our one year permit!!!

Hadden we dus niet op gerekend; iedereen zei, zelfs de mensen van de ambassade in Amsterdam: je krijgt maar een half jaar! Als je vanmiddag een flinke dreun hebt gehoord, was dat de smak die de steen maakte die ons van het hart viel. Wat hebben we in spanning gezeten. O ja, we hadden kunnen verlengen, maar dat geeft weer een boel gedoe en is toch maar afwachten. Onze galerij met ingelijste dagen begint aardig te groeien, want dit was er weer een.

Vanmorgen eerst nog weer naar het Lighthouse gegaan; we wilden toch nog eens kijken of met opkomend tij er wat te zien was. En de plek is zo mooi!!! En ja hoor, Bets zag er drie, ikke maar een, maar wel een hele grote walvis. Om een uur of 11 moest het dan maar gebeuren; over de internationale brug naar Lubec, het eerste dorpje in Maine, USA. Over de brug staat een klein douanestationnetje, het is er ook echt niet druk. De costumofficers van de VS hebben niet de naam dat ze erg vriendelijk zijn, maar deze twee mannen waren dan echt de uitzondering op de regel! Fantastisch vriendelijke kerels! Ze waren echt niet gewend aan een paar gekke Hollanders met een RV met geel kenteken; waar kwamen die vandaan? Jonge vent met zonnebril en handschoenen was duidelijk overvraagd, moest even het handboek douanier erbij halen. Daar stond in dat hij ons een verblijfsvergunning van een half jaar of op een dag na een heel jaar mocht geven. De zonnebril vroeg ons vriendelijk om de Rubbertramper maar even aan de kant te zetten en naar het kantoortje te gaan. Dat doe je dan natuurlijk. Achter de bali stond de baas van de zonnebril, goodmorning folks, how are you? Nou dacht ik, daar kun jij een boel aan doen! En hij deed het! Hij verontschuldigde zich verschillende keren dat het allemaal zo’n gedoe was, maar hij moest het ook doen van zijn baas anders kon hij zo achter ons aan de laan uit! Vingerafdrukken, foto’s, overal kopieën van maken, vragen beantwoorden; baasje was er maar druk mee. We hadden een brief van onze neef Harold bij ons en toen hij die had gelezen en hij het idee had dat we wel weer terug zouden gaan naar Rolde, was het voor elkaar: I will give a year! Bij het afscheid nemen hadden we het gevoel dat we er een paar vrienden bij hadden gekregen; een hand, een schouderklop en een hartelijke wens: nice time. De zonnebril die de voorbijrijdende zaken afhandelde, zette even zijn handel stil om ons ook even uit te zwaaien. We hadden moeite om op een normale manier naar de camper te lopen; huppelen lag meer in de aard. En Jacques, Betsy hoefde geen Thais buisje aan en heeft niet gedanst!




Provincial Park Herring Cove, Campobello Island (op de grens van CAN/VS) 26 September
Het is nog vroeg, kwart over acht in de morgen. Vandaag gaan we de grens over, benieuwd voor hoe lang we het verblijfsvisum krijgen.
Gisteren hadden we zo’n dag die je wel wil inlijsten; prachtig weer, leuke mensen ontmoet en prachtige natuur gezien. En de dag afgesloten met een flink campfire.
Laten we bij het begin beginnen: overnacht hebben we op het parkeerterrein van de Wal Mart, een geliefde plek bij camperaars. We stonden er met nog 4 campers, grote karren. Een van die bakken, wel 10 m lang, had een stevige motor achteraan hangen en daar kon nog weer een grote Jeep achter gesleept worden. Het blijft verwonderlijk wat hier allemaal kan, op dat gebied.
Volgens Grundmann, onze reisleider van Reise Know-How, moeten we gaan eiland hoppen als we er de tijd voor hebben, en die hebben we wel. Bovendien was het een stralende dag, dus op naar de Ferry. Deze gaat, geheel gratis, naar Deer Island, de favoriete vakantie bestemming van Charles Groenhuysen (vertelde Ellen ons). We stoppen op de pont achter een mooie Volvo terreinwagen met Canadees kenteken, maar de inhoud was geheel en al Nederlands. Ellen en Richard met hun dochter Mae-Lin, zijn de drukte in Holland ontvlucht en naar Canada, Saint John gaan wonen. Als we voor de ferry, de tweede, naar Campobello Island een uur moeten wachten, halen we de stoelen en krukken voor de dag, koffie en thee met lekkers van Costco en de fruitfarm erbij, gezelligheid op z’n Hollands aan een Canadese binnenzee! Ellen heeft in Zeijen gewoond, haar vader Klaas H aan het Terra College gewerkt, zij haalde vroeger een ijsje bij het Hofje; we zijn weer bijna thuis. Op de ferry zien we dolfijnen en zeehonden. Ellen en Richard zijn op weg naar het Lighthouse om daar naar walvissen te gaan kijken; wij er dus achteraan. Een geweldige plek, die rots met de vuurtoren. Het is er druk, staan zeker wel 10 auto’s, allemaal wale watching! En we hebben ze gezien!!! De ongeveer 7-8 meter lange rug met vin komt duidelijk boven water. Straks gaan we nog eens kijken voor we de grens over gaan. Op de camping van het provincial park vinden we een mooie plek, niet moeilijk want wij zijn de enige gasten, en hout voor het kampvuur. Tot half 11 buiten, onder de sterrenhemel, heerlijk temperatuurtje; wat wil een mens nog meer?

zaterdag 24 september 2011




Camping Parasol, Shediac, 22 sep. 11
Vanmorgen een heerlijke wandeling langs het strand gemaakt, niemand te zien! Wat een ruimte, wat een rust! De Sunrise Drive gereden naar de Confederation Bridge, de verbinding tussen Prince Edward Island en New Brunswick. Mijn oom Eef, de vader van Harold en Jerry heeft daar nog aan gewerkt. Een van de langste bruggen van de wereld, 13 km lang. Toen ik dat vertelde aan de ranger van het Information Centre, kreeg ik een extra folder met technische gegevens. Gaan we nog bestuderen! We worden langzamerhand ingehaald door de herfst; de ahornbomen beginnen al of staan al te pronken met schitterende kleuren. Het wordt tijd dat we naar het zuiden komen, want daar staan nog veel meer soorten ahorn bomen. Na het bekijken van de brug zijn we naar Shediac gereden. De camping staat stampvol met gigantisch grote caravans. Je zou je er in Europa in ieder plaatsje compleet vastrijden. Maar veel rijden doen ze er niet mee; het zijn allemaal vaste staanplaatsen.
Fundy National Park campground Headquarters, 24 sep. 11
Gisteren hier aangekomen, nadat we eerst de Hopewell Rocks hebben bekeken. Ze worden ook wel Flowerpotts genoemd. Door het gigantische getijdenverschil, meer dan 12 m, zijn stukken rotsen weggeslepen zodat de restanten enorme bloempotten vormen. Een foto maakt meer duidelijk dan 1000 woorden! De Highway 114 bracht ons door een prachtige streek die al vroeg, voor Canadese begrippen, tot ontwikkeling is gebracht. Prachtige landhuizen worden afgewisseld met kleine, soms vervallen boerderijtjes. Honderd jaar geleden waren het grote bedrijven, maar naar de maatstaven van nu, valt er met dit soort bedrijfjes geen droog brood meer te verdienen. Jammer, want het is een prachtige streek. In Alma, aan de rand van het Bay of Fundy Nat. Park gelegen dorpje, is een haventje. Door het getijdenverschil vallen de bootjes iedere dag een paar keer helemaal droog. Als wij gaan kijken, kun je tot op de zeebodem lopen.
Voordat je een National Park inrijdt, is het eerst kassa. CAD 15,80 en je mag door het park rijden, 1 dag. Zouden ze in de boswachterij Grolloo moeten doen; werd het een stuk rustiger! We staan nu op een prachtige camping direct bij de ingang van het park. Echt heel mooi! Voorzien van 110Volt stroom, waar we via een eigen transformator 220 V van maken, een waterkraan, waar de Canadezen hun watertank direct op aansluiten en een riool (sewer).En internet! Onze camper is er niet opgebouwd om water en riool direct aan te sluiten, maar de cassette in de rioolbuis mikken, lukt best. En voor de waterkraan hebben we een aparte slang gekocht. Een dagje op deze camping verblijven kost CAD 28,25 buiten het seizoen. Hier geldt geen 50% korting voor de Passport America Pas.

woensdag 21 september 2011


Wal Mart Sydney, 19 september
Gisteren, de 18e, de Cabot Trail gereden. Prachtig aangelegde weg om het eiland Cape Breton. En we hebben geboft, het was prachtig weer. Mooie route die door bossen, maar vooral langs de kust loopt. Aan een mooi strandje koffie gedronken, een leuk haventje bekeken en met mensen gesproken die net terug kwamen van een Whale tour. Geen walvissen gezien, wel veel Ball Eagles, zwart met een witte kop die ik ’s morgens over me heen zag vliegen. Bets zat net op de wc: “Ik zag niks want ik mos pissen…..” Geen walvissen, dan betalen we geen $30,- pp voor een tochtje over het water! Overnacht op een Passport America camping, een beetje een troepie, veel sta caravans maar schitterend gelegen. We keken zo over de baai. Kampvuur gemaakt op het strand. Tussendoor een wandelingetje gemaakt over de camping en een praatje gemaakt met een paar campinggasten, heel aardige mensen. Toen we weer bij ons vuurtje kwamen, was dat ingepikt door drie dames van de camping. Zij zaten te wachten tot de maan op zou komen vanuit de zee. Nadat we toch de camper maar hadden opgezocht, een uurtje gelezen, nog maar weer eens gekeken: een halve maan was net boven water gekomen. Als een gouden loper liep de lichtbaan over het water naar de maan, echt schitterend.
Vandaag dus: bewolkt, van de zon geen spoor! Wilden via een veerboot oversteken, maar doordat het laagwater was, was de knik in de helling te groot voor de Rubbertramp, dus maar 30 km omgereden, we kijken niet op een paar km-tjes. Het doel was Fortress Louisbourg, een gerestaureerd fort aan de oceaan. In 1744 werd het fort gebouwd door de Fransen, die dit gebied bezet hadden. Het is meer een versterkt stadje, waar veel handel werd gedreven, vis gevangen en verwerkt. Het is uiteindelijk door de Engelsen veroverd en verwoest, in 1760. Als een soort werkgelegenheids project, de kolen- en staalindustrie is langzamerhand verdwenen met het verdwijnen van de kolenmijnen, werd het fort gerestaureerd en opengesteld voor de toerist als een levend museum. Na bezichtiging terug naar Sydney, naar Superstore en Wal Mart, waar we op het parkeerterrein overnachten, met toestemming van de manager. In de stromende regen!
Pictou, Northhumberland Shore, 21 september
Zitten aan de picknicktafel van de camperplek, iedere plaats heeft zo’n tafel, in de zon, heerlijke temperatuur. Vandaag een rust- ,- fiets-, was- en klungeldag. Gisteren vertrokken vanaf Sidney, langs de Bras d’Or, een heel grote binnenzee gereden. Prachtige weg, als ie net gerepareerd was, gestopt bij St. Peterscanal, een oud sluizencomplexje. Via de vriendelijke meneer van het visitorscentre, alle Canadezen zijn heeel vriendelijk en open, bij een zalm- en forellenkwekerij gekomen. En daar zag ik weer de Ball Eagle, en Betsy…. Die zat weer op de plee! Op weg er naar toe hebben we het binnenland van dit landsdeel leren kennen: hele kleine dorpjes, witte plastic huisjes (de nieuwste, de oudere zijn van hout en zitten meestal slecht in de verf) met keurige grasvelden ervoor, een glooiend terrein met afwisselend weide en bos. Het is een verademing om hier rond te rijden, weinig of geen verkeer en als je niet weet waar je naar toe moet, steek je je hand op naar een tegemoetkomende vrachtauto, die dan stopt, je rijdt beide een eindje terug en praat via de portiervensters met elkaar. Zo simpel kan het leven zijn!
We fietsen straks naar Pictou, hier kwamen in 1773 de eerste Schotse immigranten aan wal en vormden een grote schotse enclave. Veel plaatsnaamborden staan in twee talen geschreven. De kust waar we nu staan heet de Sunrise Coast. In Scheveningen kun je de “son in de see sien sakke, in de Achterhoek de boer op het land zien kakken”, maar hier komt ie dus uit de zee omhoog.

zaterdag 17 september 2011


Adventures East Campground, Baddeck, 17 sep. 11

Vandaag voor het eerst de fietsen uit de garage gehad. Kleine 25 km naar Baddeck getrapt. Gisteren overnacht in Antigonish; het was er flink druk. Reden: een race in de buurt. Over het algemeen pick-ups met flinke caravans. ’s Avonds werden de vuren ontstoken, maar om half 12 was het stil. Voordat we daar neerstreken, hebben we Sherbrooke bezocht. In een Supertje hoorden we Duits spreken; twee Zwitsers onder elkaar die al 15 jaar in Canada woonden. Sherbrooke is in tweeën gedeeld; een van de delen is een museumdorp geworden. De bewoners van deze streek zijn allemaal bijna nakomelingen van Schotse immigranten. Vandaag dus naar Baddeck. Baddeck was het zomerverblijf van Alexander Graham Bell, de uitvinder van de telefoon. Prachtige streek, liggend langs een van de grootste zoutwater meren van Canada, het Bras d’ Or Lake. Wat een rust hier! Weinig verkeer, op een grote groep, schat wel een paar honderd, motorrijders na.

donderdag 15 september 2011


Webber Lakeside Park, N44.8001 W62.9685, 15 september

We zijn nu echt on Tour! Vanmiddag precies om 12 uur kwam mevrouw Clean van Firstonside met onze spullen aan. Zes grote dozen vol; we wisten niet dat we zoveel spullen bij ons hadden! Maar tot nu toe missen we niets, gelukkig. Vanmorgen mister Dan Allen nog even gebeld opdat hij de Cleaning Compagny even opjutte en dat hielp want we werden binnen een half uur gebeld door de claimmanager Paul. Wat kan een mens blij zijn als ie zijn spullen, sommigen hebben we meer dan 30 jaar, terug heeft. En alle dank aan de Canadians die ons zo voortreffelijk geholpen hebben. Voorlopig heet de camper dus gewoon RubberTramp en geen Rubberramp, Bertus!

Inpakken en weg wezen, dus. En er rammelde niets in de camper toen we Woodhaven verlieten, een wonder. Via een mooie kustweg, de Marine Drive kwamen we op bovenstaande camping. Prachtig gelegen aan een meer, anders heette die ook geen Lakeside. Wat een rust, nog geen campinggast gezien; hebben ze hier geen “Grijze Golf”?

Okay, morgen verder richting Cape Breton. Voor foto’s en misschien binnenkort ook video’s zie:

www.rubertrampers.blogspot.com